Kwekersrecht

8 februari 2022

Duur van de kwekersrechtelijke bescherming van plantenrassen verlengd van 25 tot 30 jaar

Kwekersrecht

Marc van der Ven

Uit een eerder artikel op onze website bleek al, dat het Europees Parlement op 13 september 2021 met overgrote meerderheid had ingestemd met de verlenging van het Europese kwekersrecht voor rassen van bloembollen, asperges, houtig kleinfruit (allerlei soorten bessen) en houtige sierplanten (w.o. azalea en hortensia). De maximale beschermingsduur voor rassen van deze gewassen zou van 25 naar 30 jaar gaan. Daarmee krijgen kwekers van die rassen vijf jaar langer de tijd om hun investeringen in nieuwe en waardevolle plantenrassen terug te verdienen.

Verordening (EU) 2021/1873 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2021

Inmiddels is de daartoe opgestelde Verordening van het Europees Parlement op 15 november 2021 in werking getreden, en geldt de verlenging van 5 jaar voor communautaire kwekersrechten die vóór, op of na de datum van inwerkingtreding van de verordening zijn of worden verleend. Het was tot voor kort echter nog wel onduidelijk voor welke typen houtig kleinfruit en houtige sierplanten die verlenging van 25 naar 30 jaar is gaan gelden.

Het Communautair Bureau voor Plantenrassen (CPVO), het agentschap van de EU dat verantwoordelijk is voor het beheer van het communautair kwekersrechtsysteem, heeft een lijst gepubliceerd van gewassen die tot dusverre in de registers van het CPVO zijn opgenomen en die onder de werking van de nieuwe Verordening vallen. Die lijst wordt de zogenaamde ‘S2/S3-publicatie’ genoemd. In die lijst kan op gewas worden gezocht, en uit de resultaten van de zoekopdracht blijkt vervolgens tot welke categorie het gewas hoort. De gewassen zijn ingedeeld in de categorieën A (beschermingsduur 30 jaar), B (bescherming verlengd met maximaal vijf jaar van de standaardduur van 25 jaar) of C (beschermingsduur 25 jaar). Elk nieuw gewas die onder de werking de verordening valt, en waarvoor het CPVO tot dusver nog geen aanvraag heeft ontvangen, zal per geval worden beoordeeld wat betreft de maximale duur van de bescherming.

Voor de communautaire kwekersrechten die vóór 15 november 2021 zijn verleend, geldt dat het CPVO in haar register zelf de datum zal wijzigen, waarop zodanige communautaire kwekersrechten eindigen. Het CPVO zal de houders en/of diens gemachtigden hiervan op de hoogte stellen, en zal daarbij voorrang geven aan de communautaire kwekersrechten waarvan de vervaldatum nabij is. Voor de toekomstig te verlenen communautaire kwekersrechten voor rassen van de betrokken gewassen zal de verlengde beschermingsperiode ‘automatisch’ worden toegepast.

Indien u meer wil weten over dit onderwerp, benieuwd bent hoelang uw ras nog beschermd is of meer in algemene zin wil weten over kwekersrecht, neem dan gerust en vrijblijvend contact met ons op.

Marc van der Ven

Senior jurist & IE-gemachtigde

Laatste nieuws

Franchise

Verjaringsperikelen bij prognose-zaken

Indien een franchisenemer bij het aangaan van de franchiseovereenkomst ondeugdelijke prognoses heeft gekregen van zijn franchisegever kan hij in sommige gevallen de franchiseovereenkomst vernietigen op grond van dwaling. Maar dat moet hij dan wel binnen een bepaalde termijn doen. Is de franchisenemer te laat met zijn beroep op dwaling dan is zijn vordering verjaard.

25 november 2022

Meer hierover

Franchise

Franchisegever moet schadevergoeding voldoen omwille van onregelmatige beëindiging

Het onregelmatig beëindigen van een franchiseovereenkomst zorgt er voor dat de partij, die ten onrechte beëindigt, schadeplichtig wordt jegens de andere partij. En dat kan grote financiële gevolgen hebben, zoals ook blijkt uit de casus die in deze blog wordt besproken.

9 november 2022

Meer hierover

Franchise

Franchisenemer vraagt tevergeefs vernietiging non-concurrentiebeding

Een postcontractueel non-concurrentiebeding is een beding dat een franchisenemer na het einde van de franchiseovereenkomst verbiedt om met de formule concurrerende activiteiten te ontplooien. Een franchisenemer die is gebonden aan een dergelijk postcontractueel non-concurrentiebeding kan zich op allerlei standpunten stellen om de werking van dit beding aan te tasten. Vaak blijkt echter dat deze standpunten niet tot het gewenste resultaat leiden, te weten het terzijde schuiven van het postcontractuele non-concurrentiebeding, zoals ook blijkt uit de volgende casus.

6 oktober 2022

Meer hierover