Algemeen

8 november 2021

Een elektrische auto met een tegenvallende actieradius? Wacht niet te lang met klagen.

Algemeen

Laura Dorsman

Op 22 oktober 2021 heeft kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam een uitspraak gedaan over de tegenvallende actieradius van een elektrische auto.[1]

In deze zaak stond de actieradius van een elektrische auto centraal. De actieradius bleek veel minder dan verwacht én dan was beloofd door de verkoper. In een procedure vorderde de consument een deel van het aankoopbedrag terug bij de verkoper. Hoewel de consument zijn stellingen kon onderbouwen, wees de rechter zijn vordering toch af. Waar moet je als consument in dit geval op letten?

Feiten en omstandigheden

In 2018 koopt de consument van verkoper een elektrische auto van het merk Opel, de Ampera-e voor €49.998,-. Bij de verkoop werd de consument beloofd dat de actieradius 520 km zou zijn. In de praktijk bleek dat de actieradius maar 226 km was. De consument stelt dat hij specifiek de Ampera-e van Opel kocht vanwege de gepretendeerde actieradius en dat als hij beter had geweten, hij voor een voordeligere elektrische auto had gekozen. Kort samengevat voldoet de elektrische auto volgens de consument niet aan de verwachtingen die hij daaraan mocht stellen. Hij vordert bij de kantonrechter een bedrag van €17.000,-

Non-conformiteit

In de wet staat dat een afgeleverde zaak (een onroerende- of roerende zaak) ‘aan de overeenkomst moet beantwoorden’. Non-conformiteit houdt in dat een zaak niet beantwoordt aan de overeenkomst als zij – mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan – niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten.

Voordat deze vraag beantwoord kan worden, moet eerst worden gecontroleerd of de koper wel op tijd heeft geklaagd over de zaak. In de wet staat namelijk dat er geen beroep meer kan worden gedaan op non-conformiteit als de koper niet binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of had moeten ontdekken, bij de verkoper heeft geklaagd.

Klachtplicht

In de wet staat dat de koper verplicht is om aankopen te onderzoeken en daarna zo spoedig mogelijk de verkoper moet waarschuwen indien de aankoop niet aan de overeenkomst beantwoordt. Deze bepaling beschermt de verkoper tegen klachten die pas na een lange tijd worden gedaan, waardoor klachten voor de verkoper moeilijk te weerleggen zijn. De tijd om te klagen start voor de koper vanaf het moment dat hij het gebrek heeft ontdekt of had moeten ontdekken. In principe staat de termijn om te klagen niet van te voren vast en hangt het af van alle omstandigheden van het geval, zoals de vraag hoe ingewikkeld een zaak is en de deskundigheid van de koper. In een procedure zal de rechter dan kijken naar het nadeel dat de verkoper lijdt door een late klacht.

Voor de consument staat deze termijn wel vast: klagen binnen een termijn van twee maanden is op tijd.

Te laat geklaagd

Als de koper niet op tijd klaagt, verliest hij alle rechten die hij daarover bij de rechter kan inroepen. Dat betekent dat er geen nakoming, schadevergoeding of ontbinding meer kan worden gevorderd. In de casus kocht de consument de elektrische auto in 30 juli 2018. Een maand later, ging hij met de auto op vakantie naar Kroatië. Eenmaal onderweg ontstonden er problemen met de actieradius en moest de auto steeds aan de laadpaal. Pas 1,5 jaar later klaagde de consument over de actieradius. De consument heeft te lang gewacht met klagen na ontdekking van het gebrek en dat is in strijd met de klachtplicht. Volgens de kantonrechter is wachten tot iets niet meer gaat, anders dan klagen ‘binnen bekwame tijd na ontdekking melden’, zoals de klachtplicht luidt.

Conclusie

De vordering van de koper in de casus werd dus afgewezen omdat hij niet heeft voldaan aan de klachtplicht. De kantonrechter heeft hierdoor niet meer hoeven oordelen óf de elektrische auto daadwerkelijk gebrekkig was. Kortom, klaag na een aankoop zo snel mogelijk na de ontdekking van een gebrek.

 Laura Dorsman, advocaat

 [1] Rb. Rotterdam, 22 oktober 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:10130

 

 

Laatste nieuws

Franchise

Verjaringsperikelen bij prognose-zaken

Indien een franchisenemer bij het aangaan van de franchiseovereenkomst ondeugdelijke prognoses heeft gekregen van zijn franchisegever kan hij in sommige gevallen de franchiseovereenkomst vernietigen op grond van dwaling. Maar dat moet hij dan wel binnen een bepaalde termijn doen. Is de franchisenemer te laat met zijn beroep op dwaling dan is zijn vordering verjaard.

25 november 2022

Meer hierover

Franchise

Franchisegever moet schadevergoeding voldoen omwille van onregelmatige beëindiging

Het onregelmatig beëindigen van een franchiseovereenkomst zorgt er voor dat de partij, die ten onrechte beëindigt, schadeplichtig wordt jegens de andere partij. En dat kan grote financiële gevolgen hebben, zoals ook blijkt uit de casus die in deze blog wordt besproken.

9 november 2022

Meer hierover

Franchise

Franchisenemer vraagt tevergeefs vernietiging non-concurrentiebeding

Een postcontractueel non-concurrentiebeding is een beding dat een franchisenemer na het einde van de franchiseovereenkomst verbiedt om met de formule concurrerende activiteiten te ontplooien. Een franchisenemer die is gebonden aan een dergelijk postcontractueel non-concurrentiebeding kan zich op allerlei standpunten stellen om de werking van dit beding aan te tasten. Vaak blijkt echter dat deze standpunten niet tot het gewenste resultaat leiden, te weten het terzijde schuiven van het postcontractuele non-concurrentiebeding, zoals ook blijkt uit de volgende casus.

6 oktober 2022

Meer hierover