Arbeidsrecht

22 november 2021

Ontbinding arbeidsovereenkomst van werknemer die weigert een mondkapje te dragen

Arbeidsrecht

Steven Jonker

Bij uitspraak van 5 november 2021 ontbindt de kantonrechter op verzoek van de werkgever de arbeidsovereenkomst met de werknemer die weigert een mondkapje te dragen.

De kwestie in het kort.

De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens verwijtbaar handelen van werknemer. Ondanks waarschuwingen heeft werknemer stelselmatig geweigerd een mondkapje te dragen tijdens de werkzaamheden. Door niet te voldoen aan een redelijk maar ook noodzakelijk verzoek van de werkgever heeft werknemer ernstig verwijtbaar gehandeld waardoor werknemer geen recht heeft op een transitievergoeding en de arbeidsovereenkomst per direct wordt ontbonden.

De werknemer is werkzaam bij werkgever als medewerker transportmiddel op de Luchthaven Schiphol. Het bedrijf van werkgever houdt zich bezig met het reinigen van vliegtuigen in opdracht van KLM en Turkish Airlines.

Vanwege de uitbraak van het coronavirus hanteren zowel de luchthaven als de klanten van werkgever een strikte mondkapjesplicht in nagenoeg alle ruimten op de lichthaven en aan boord van de vliegtuigen.

Werknemer blijft ondanks diverse gesprekken en verzoeken weigeren om een mondkapje te draggen. Nadat werknemer is gewaarschuwd over de gevolgen, is hij eerst op non actief gesteld met het staken van betaling van loon. Vervolgens heeft de werkgever een ontbindingsverzoek ingediend.

Het oordeel van de kantonrechter:

  • Een arbeidsovereenkomst kan uitsluitend worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is;
  • Verwijtbaar handelen van de werknemer vormt een redelijke grond;
  • De werkgever is bevoegd redelijke voorschriften te geven en werknemer is vervolgens verplicht zich hieraan te houden;
  • Het onder genoemde omstandigheden verplichten van het dragen van een mondkapje betreft een redelijk voorschrift;
  • Door zich hier niet aan te houden en te weigeren om een mondkapje te dragen, belemmert werknemer de voortgang van het werkproces en handelt werknemer verwijtbaar.
  • Naar de mening van de kanonrechter is zelfs sprake van ernstig verwijtbaar handelen.

In dit geval was sprake van ernstig verwijtbaar handelen. Uitsluitend het niet dragen van een mondkapje is op zich een redelijke grond voor ontbinding. Omdat de werknemer hardnekkig bleef weigeren om een mondkapje te dragen, wetende wat de gevolgen zouden kunnen zijn voor de werkgever en collega’s bij de uitvoering van de werkzaamheden en de vergeefse pogingen van de werkgever om met de werknemer tot andere oplossingen te komen (bijv. andere functie) maakt dat sprake is van ernstige verwijtbaarheid.

Verwijtbaar handelen is voldoende om tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst over te gaan. Ernstig verwijtbaar handelen heeft tot gevolg dat er ook geen transitievergoeding hoeft te worden uitbetaald. Omdat de werknemer daarmee ook nog eens verwijtbaar werkloos wordt, heeft hij ook geen recht op een WW-uitkering.

Laatste nieuws

Franchise

Verjaringsperikelen bij prognose-zaken

Indien een franchisenemer bij het aangaan van de franchiseovereenkomst ondeugdelijke prognoses heeft gekregen van zijn franchisegever kan hij in sommige gevallen de franchiseovereenkomst vernietigen op grond van dwaling. Maar dat moet hij dan wel binnen een bepaalde termijn doen. Is de franchisenemer te laat met zijn beroep op dwaling dan is zijn vordering verjaard.

25 november 2022

Meer hierover

Franchise

Franchisegever moet schadevergoeding voldoen omwille van onregelmatige beëindiging

Het onregelmatig beëindigen van een franchiseovereenkomst zorgt er voor dat de partij, die ten onrechte beëindigt, schadeplichtig wordt jegens de andere partij. En dat kan grote financiële gevolgen hebben, zoals ook blijkt uit de casus die in deze blog wordt besproken.

9 november 2022

Meer hierover

Franchise

Franchisenemer vraagt tevergeefs vernietiging non-concurrentiebeding

Een postcontractueel non-concurrentiebeding is een beding dat een franchisenemer na het einde van de franchiseovereenkomst verbiedt om met de formule concurrerende activiteiten te ontplooien. Een franchisenemer die is gebonden aan een dergelijk postcontractueel non-concurrentiebeding kan zich op allerlei standpunten stellen om de werking van dit beding aan te tasten. Vaak blijkt echter dat deze standpunten niet tot het gewenste resultaat leiden, te weten het terzijde schuiven van het postcontractuele non-concurrentiebeding, zoals ook blijkt uit de volgende casus.

6 oktober 2022

Meer hierover