Marc van der Ven

Senior jurist & IE-gemachtigde

Na mijn studie Management, Economie en Recht aan de Haagse Hogeschool begon ik in 1995 bij dit kantoor aan mijn juridische loopbaan. Vanaf het allereerste begin werk ik binnen de sectie intellectueel eigendomsrecht en heb mij gespecialiseerd in het kwekers- en merkrecht. In dat verband adviseer en begeleid ik cliënten dagelijks al vele jaren op het gebied van de bescherming, bewaking en exploitatie van kwekers- en merkrechten. Zowel in als buiten Nederland.

Hoewel ik in 1995 nog niet eerder van het bestaan van kwekersrecht had gehoord, bleek mijn tien jaar lange ervaring als groenteboer daarvoor, en daarmee dus ook de affiniteit met de land- en tuinbouw, prima van pas te komen in mijn juridische praktijk.

Mijn voortdurende interesse voor het recht heeft er ook toe geleid dat ik via een avondstudie mijn master diploma Nederlands recht (LL.M.) aan de Rijksuniversiteit van Leiden heb behaald. Als ik niet aan het werk ben, sport ik graag en houd ik van koken en lekker eten.

Laatste nieuws

Franchise

Verjaringsperikelen bij prognose-zaken

Indien een franchisenemer bij het aangaan van de franchiseovereenkomst ondeugdelijke prognoses heeft gekregen van zijn franchisegever kan hij in sommige gevallen de franchiseovereenkomst vernietigen op grond van dwaling. Maar dat moet hij dan wel binnen een bepaalde termijn doen. Is de franchisenemer te laat met zijn beroep op dwaling dan is zijn vordering verjaard.

25 november 2022

Meer hierover

Franchise

Franchisegever moet schadevergoeding voldoen omwille van onregelmatige beëindiging

Het onregelmatig beëindigen van een franchiseovereenkomst zorgt er voor dat de partij, die ten onrechte beëindigt, schadeplichtig wordt jegens de andere partij. En dat kan grote financiële gevolgen hebben, zoals ook blijkt uit de casus die in deze blog wordt besproken.

9 november 2022

Meer hierover

Franchise

Franchisenemer vraagt tevergeefs vernietiging non-concurrentiebeding

Een postcontractueel non-concurrentiebeding is een beding dat een franchisenemer na het einde van de franchiseovereenkomst verbiedt om met de formule concurrerende activiteiten te ontplooien. Een franchisenemer die is gebonden aan een dergelijk postcontractueel non-concurrentiebeding kan zich op allerlei standpunten stellen om de werking van dit beding aan te tasten. Vaak blijkt echter dat deze standpunten niet tot het gewenste resultaat leiden, te weten het terzijde schuiven van het postcontractuele non-concurrentiebeding, zoals ook blijkt uit de volgende casus.

6 oktober 2022

Meer hierover