Mishandeling zwangere vrouw door ex-man vanwege onenigheid omgangsregeling; smartengeld?

Een vrouw vordert € 6.000,-- smartengeld van haar ex-man wegens mishandeling. Bij een onenigheid over de omgangsregeling met een kind van beiden, heeft de man haar met kracht geduwd, haar met zijn handen bij keel, nek en armen vastgepakt en enkele kopstoten gegeven. Zij was op dat moment 20 weken zwanger. Deze mishandeling vond plaats in de woning van de vrouw en leidde bij haar uiteindelijk tot een posttraumatische stressstoornis.

 

De rechters van het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch moeten zich uitlaten over de vraag of de vrouw in aanmerking komt voor smartengeld en zo ja wat de hoogte van dat smartengeld dan moet zijn. (Zie: ECLI:NL:GHSHE:2018:1753, publicatiedatum 1 mei 2018). 

 

De man voert aan dat er sprake is van een disculperende omstandigheid. Dat is een omstandigheid om de wettelijke aansprakelijkheid die een persoon draagt jegens een ander, af te wenden. Hij meent namelijk dat zwangere vrouwen voor hun (ex)-partner zeer onredelijk kunnen zijn en ook overigens last hebben van hun hormonen.

 

Geheel terecht oordeelt het Hof dat van de als verweer aangevoerde disculperende omstandigheid geen sprake is. Voor wat betreft de omvang van het toe te kennen bedrag aan smartengeld houdt het Hof rekening met ondervonden pijn en letsel, angstklachten na het incident die medische behandeling vergen, haar zwangerschap tijdens het incident en het feit dat de vrouw zich in haar huis bevond, een plaats waar iemand zich juist veilig moet voelen.

 

Het Hof bepaalt het smartengeld, gelet op haar mogelijkheid matiging toe te passen, evenwel op – slechts – € 1.500,-- met als motivering: “Het Hof acht een bedrag van € 1.500,-- in overeenstemming met bedragen die in Nederland tegenwoordig worden toegekend in gevallen waarin sprake is van letsel onder omstandigheden als waarvan in dit geval sprake is”.

 

Volgens mij is dat bedrag veel te laag en daardoor een gemiste kans! Door het volledige gevorderde bedrag van € 6.000,-- toe te kennen had het Hof eindelijk een voorbeeld kunnen stellen dat dit soort praktijken echt niet door de beugel kunnen! 

 

mr. drs. C.J.M. Stubenrouch, HJF Advocaten, vestiging Rotterdam